Volwassenheidsmodellen toegankelijkheid vergeleken

In het appendix van het W3C Accessibility Maturity Model staat een korte lijst die veel organisaties in verwarring brengt. Het W3C noemt daar vijf andere volwassenheidsmodellen voor digitale toegankelijkheid, zonder er een aan te bevelen. Wie op zoek is naar structuur, vindt dus geen antwoord maar een keuzemenu.

Dat is lastig als je net begint. Je weet dat losse WCAG-audits je niet verder brengen, je wilt toe naar beleid, maar de eerste vraag die opdoemt is: welk model volgen we? Wij zien bij Cardan dat organisaties op precies dat punt maanden blijven hangen. Dan wordt het model zelf het uitstel.

In dit artikel zetten we de vijf bekendste volwassenheidsmodellen naast elkaar. Je leest wat ze meten, waar ze vandaan komen, waarin ze verschillen en waarom geen enkel model objectief beter is dan de andere. En je krijgt een concreet startplan, want de belangrijkste conclusie is dat beginnen zwaarder weegt dan kiezen, mits je begint met een doel.

Vier niveaus naar volwassen toegankelijkheid

Wat is een volwassenheidsmodel voor toegankelijkheid?

Een volwassenheidsmodel meet niet je website, maar je organisatie. Het beschrijft in welke mate toegankelijkheid is verankerd in je processen, rollen, inkoop en cultuur, en het geeft per onderdeel een groeipad van "we doen er nog niets aan" naar "het zit in alles ingebakken".

Het verschil met een WCAG-audit is fundamenteel. Een audit is een momentopname van een product. Een volwassenheidsmodel is een diagnose van het systeem dat dat product maakt. Een organisatie kan een perfecte auditscore halen en tegelijk volstrekt onvolwassen zijn, omdat het resultaat is afgedwongen door een externe partij in plaats van geproduceerd door de eigen keten. Zes maanden later staat de score er weer anders voor.

Alle modellen hieronder delen dezelfde basisstructuur: een set dimensies (onderdelen van je organisatie) en een set niveaus (hoe ver je bent per dimensie). De verschillen zitten in het aantal, de naamgeving, de herkomst en vooral in wat er als bewijs telt.

De vijf modellen op een rij

W3C Accessibility Maturity Model (AMM)

Het W3C-model is ontwikkeld door de Maturity Model Task Force binnen het Web Accessibility Initiative en is sinds 4 november 2025 een definitieve W3C Note, na ruim drie jaar aan opeenvolgende drafts. Het onderscheidt zeven dimensies: Communicatie, Governance en toezicht, ICT-ontwikkellevenscyclus, Kennis en vaardigheden, Personeel, Inkoop en Ondersteuning. Elke dimensie wordt beoordeeld op vier niveaus: Inactive, Launch, Integrate en Optimize.

Het meest onderscheidende element zijn de proof points. Het model vraagt niet of je vindt dat je volwassen bent, maar welk aantoonbaar organisatorisch product je kunt overleggen: een vastgesteld beleid, een inkoopclausule, een trainingsregistratie, een testrapport. Bij het model hoort een gratis Excel-werkboek waarmee je dat bewijs per dimensie vastlegt. Het model is kosteloos, openbaar en niet gebonden aan een leverancier.

Digital Accessibility Maturity Model (DAMM)

DAMM is ontwikkeld door Level Access en is een gedeponeerd merk (DAMM). Het model kent eveneens zeven gebieden, waaronder governance en beleid, communicatie, ontwikkellevenscyclus, ondersteuning, inkoop, kennis en vaardigheden en cultuur, en werkt met vijf niveaus die zijn afgeleid van het CMMI-model uit de software-engineering: Initial, Repeated, Defined, Managed en Optimizing.

De vijfdeling geeft fijnmaziger meetwerk dan de vier niveaus van het W3C, wat prettig is als je jaarlijks voortgang wilt aantonen. Level Access biedt een gratis Maturity Quick Check aan; de volledige assessment loopt via een betaald traject. Dat is geen bezwaar, maar het is wel relevant om te weten: het model is verbonden aan een commerciele dienstverlener.

Let op bij de naamgeving. In de Nederlandse markt wordt de afkorting DAMM regelmatig generiek gebruikt voor "een volwassenheidsmodel voor toegankelijkheid". Formeel verwijst DAMM naar dit specifieke model van Level Access.

Policy Driven Adoption for Accessibility (PDAA)

PDAA is ontwikkeld door de National Association of State Chief Information Officers (NASCIO) in de Verenigde Staten en heeft een andere insteek dan de rest. Het model bestaat uit zes kerncriteria rond beleid, organisatiestructuur, procesintegratie, herstelprocedures, vaardigheden en transparantie naar klanten, en kent slechts drie stadia: Launch, Integrate en Optimize.

PDAA is bewust klein gehouden en is oorspronkelijk bedoeld als zelfevaluatie-instrument voor overheidsorganisaties en voor het beoordelen van leveranciers, in de context van Section 508. De gedachte erachter is helder: in plaats van elk afzonderlijk product te toetsen, beoordeel je of de leverancier intern zo is ingericht dat toegankelijke producten het logische resultaat zijn. NASCIO hanteert een indicatieve doorlooptijd van 24 maanden om alle criteria op het niveau Optimize te krijgen.

Voor Nederlandse organisaties is PDAA vooral interessant als denkkader bij inkoop en aanbesteding, niet als volledig groeimodel.

ISO 30071-1

ISO 30071-1 is strikt genomen geen volwassenheidsmodel maar een internationale norm, gepubliceerd in 2019 als opvolger van de Britse standaard BS 8878. Het is een code of practice: een procesbeschrijving voor het inbedden van toegankelijkheid in de reguliere bedrijfsvoering, van beleid en risicomanagement tot ontwikkeling, inkoop en uitbesteding.

De norm vult WCAG aan in plaats van die te vervangen. WCAG beschrijft wat een product technisch moet doen; ISO 30071-1 beschrijft hoe je organisatie ervoor zorgt dat dat structureel gebeurt, ook voor apps, kiosken, games en VR. Er zijn afgeleide beoordelingsinstrumenten die de norm als volwassenheidsraamwerk gebruiken, maar de norm zelf is vooral een handleiding.

Twee praktische aandachtspunten: de norm is niet gratis (je koopt hem via ISO of NEN) en je kunt je er niet officieel tegen laten certificeren zoals bij ISO 27001. Het gewicht zit in de status als internationale norm, wat in aanbestedingen en bestuurskamers verschil kan maken.

CCC Accessibility Capability Maturity Model (ACMM)

Het ACMM is ontwikkeld door en voor de California Community Colleges, een stelsel van ruim honderd colleges met circa 1,8 miljoen studenten. Het model beschrijft vijf opeenvolgende stadia over onderwerpen als governance, contentcreatie, inkoop en personeelsontwikkeling.

De reden om dit model te kennen, is niet dat je het zelf zou moeten gebruiken. Het laat zien wat er gebeurt als een model wordt toegesneden op een sector: het ACMM is expliciet ontworpen voor decentrale organisaties waarin niemand centraal iets kan afdwingen. Precies de situatie van veel Nederlandse gemeenten, universiteiten, hogescholen en zorginstellingen met zelfstandige afdelingen.

Ter volledigheid: het W3C-appendix noemt daarnaast dat grote technologiebedrijven eigen raamwerken hebben. Het bekendste is het Accessibility Evolution Model van Microsoft, met acht dimensies en dezelfde vijf niveaus als DAMM, en het uitgangspunt dat je toegankelijkheid moet aansturen als een bedrijfsonderdeel met eigen doelen en rapportages.

De modellen in een tabel

Model

Eigenaar

Dimensies

Niveaus

Kosten

Sterkste punt

Zwakste punt

W3C AMM

W3C / WAI

7

4

Gratis

Bewijsgedreven via proof points, leveranciersonafhankelijk

Vier niveaus geven grove voortgangsmeting

DAMM

Level Access

7

5

Quick check gratis, volledige assessment betaald

Fijnmazig, beproefd in enterprise-omgevingen

Gebonden aan een commerciele partij

PDAA

NASCIO

6 criteria

3

Gratis

Uitstekend voor inkoop en leveranciersbeoordeling

Te beknopt als volledig groeimodel

ISO 30071-1

ISO

Procesgericht

Geen vaste niveaus

Betaald

Status als internationale norm

Geen certificering, geen kant-en-klare scoring

CCC ACMM

California Community Colleges

Sectorspecifiek

5

Gratis

Ontworpen voor decentrale organisaties

Sterk gericht op Amerikaans hoger onderwijs

Welk volwassenheidsmodel moet ik kiezen?

Kies het model dat past bij wie je moet overtuigen, niet het model dat het beste scoort. Moet je een bestuur meekrijgen? Dan wint het W3C AMM, omdat het gratis, openbaar en neutraal is. Moet je leveranciers beoordelen? Dan is PDAA het scherpst. Moet je in een aanbesteding of internationale keten aantonen dat je een erkende norm volgt? Dan is ISO 30071-1 het sterkste papier.

Er is een dieperliggende reden waarom geen enkel model objectief beter is. De modellen meten grotendeels hetzelfde. Governance, ontwikkellevenscyclus, kennis, inkoop en ondersteuning komen in vrijwel elk model terug, met andere labels. Dat is geen toeval: ze zijn allemaal terug te voeren op dezelfde volwassenheidslogica uit de procesverbetering. Het verschil zit niet in wat ze meten, maar in wat ze als bewijs accepteren en met wie je de uitkomst deelt.

En daar zit meteen de belangrijkste waarschuwing. De keuze tussen modellen kost vaak meer tijd dan de eerste nulmeting zelf. Elke maand die je besteedt aan modelvergelijking is een maand waarin je organisatie geen enkele dimensie heeft verbeterd.

Cardan-praktijkinzicht: het model is de kaart, niet de reis

In onze dagelijkse praktijk zien we een terugkerend patroon. Organisaties komen bij ons met een auditrapport, honderden bevindingen en de vraag hoe ze dit ooit gaan oplossen. De bevindingen zijn niet het probleem. Het probleem is dat er niemand is aangewezen die verantwoordelijk is voor het voorkomen ervan, dat inkoop geen toegankelijkheidseis stelt en dat het ontwikkelteam pas aan het einde van het traject over toegankelijkheid hoort.

Cardan werkt daarom vanuit het W3C Accessibility Maturity Model als basis. Niet omdat het inhoudelijk superieur is aan DAMM of ISO 30071-1, maar om drie praktische redenen. Het is gratis en openbaar, dus je organisatie kan er zelfstandig mee verder zonder aan ons vast te zitten. Het is opgesteld door dezelfde organisatie die WCAG en de basis van EN 301 549 beheert, wat het gesprek met bestuur en toezichthouder vereenvoudigt. En het vraagt om proof points, wat betekent dat je niet kunt scoren op goede bedoelingen. Een dimensie is pas op niveau als je het bewijsstuk kunt laten zien.

Dat sluit aan bij hoe wij naar onze rol kijken. Ons doel is dat een klant ons na verloop van tijd minder nodig heeft, niet meer. Een volwassenheidsmodel maakt dat meetbaar: je ziet zwart op wit welke dimensies je zelf hebt opgepakt.

Zo start je: plan, planning en doelstelling

Begin klein en concreet. Wij adviseren deze vijf stappen.

  1. Doe een nulmeting. Scoor alle zeven dimensies van het W3C AMM in een sessie van een halve dag met de mensen die het werk doen, niet alleen met beleid. Verwacht een score van Inactive of Launch op de meeste dimensies. Dat is normaal en het is je startpunt.

  2. Bepaal je ambitieniveau per dimensie. Niet elke dimensie hoeft naar Optimize. Voor de meeste organisaties is Integrate op governance, ontwikkellevenscyclus en inkoop ruim voldoende om aan WAD- en EAA-verplichtingen te voldoen.

  3. Kies maximaal drie dimensies voor het komende jaar. Alles tegelijk oppakken is de meest voorkomende reden waarom toegankelijkheidsprogramma's stranden.

  4. Koppel een eigenaar en een datum aan elk proof point. Een dimensie verbetert niet omdat hij in een rapport staat, maar omdat iemand met naam en toenaam een beleidsstuk, clausule of trainingsplan oplevert voor een afgesproken datum.

  5. Herhaal de meting jaarlijks. Dezelfde vragen, dezelfde schaal, dezelfde mensen. Alleen dan wordt voortgang zichtbaar en verdedigbaar richting bestuur en toezichthouder.

Conclusie

  • De vijf modellen meten grotendeels dezelfde dimensies; het verschil zit in bewijslast, herkomst en eigenaarschap.

  • Geen enkel model is objectief beter. Kies op basis van je publiek: bestuur, leverancier of toezichthouder.

  • De grootste fout is niet het verkeerde model kiezen, maar wachten met kiezen. Begin met een nulmeting, drie prioriteiten en een datum per actie.

Wil je weten waar je organisatie nu staat? Wij voeren een vrijblijvende nulmeting uit op basis van het W3C Accessibility Maturity Model, inclusief scoreoverzicht per dimensie en een voorstel voor je eerste drie prioriteiten. Neem contact op met Cardan voor een afspraak.

Gerelateerde artikelen