WCAG vs EN 301 549: Wat is het verschil en waarom maakt het uit?

Als je werkt aan digitale toegankelijkheid, ben je ongetwijfeld bekend met WCAG 2.1 (of zelfs al met de WCAG 2.2 AA). Maar steeds vaker kom je ook de term EN 301 549 tegen. Wat is precies het verschil tussen deze twee standaarden? En waarom zou je organisatie aandacht moeten besteden aan EN 301 549, zelfs als je al WCAG implementeert?

Wat is de WCAG?

WCAG (Web Content Accessibility Guidelines) is de internationale standaard voor webtoegankelijkheid, ontwikkeld door het World Wide Web Consortium (W3C). Het bevat concrete richtlijnen om websites en webapplicaties toegankelijk te maken voor mensen met beperkingen. WCAG 2.1 niveau AA is wereldwijd het meest gehanteerde niveau, maar sinds oktober 2023 zijn de WCAG 2.2 richtlijnen gepubliceerd.

4 principes, 13 richtlijnen, 31 criteria op level A, 24 op lever AA en 31 criteria op level AAA

Wat is EN 301549?

EN 301 549 is de Europese norm voor toegankelijkheid van ICT-producten en -diensten. Deze standaard is ontwikkeld door ETSI (European Telecommunications Standards Institute) en dekt niet alleen websites, maar het complete digitale landschap: van mobiele apps tot PDF's, van software tot hardware. Voor Europese overheden en bedrijven die onder de European Accessibility Act vallen, is dit de officiële norm. Meer over de EN 301 549 lees je in dit artikel: "EN 301 549: De Europese norm voor digitale toegankelijkheid"

Twee standaarden, één doel

Zowel WCAG 2.1 als EN 301 549 hebben hetzelfde fundamentele doel: digitale producten en diensten toegankelijk maken voor iedereen, inclusief mensen met visuele, auditieve, motorische en cognitieve beperkingen. Beide standaarden zijn geworteld in het Web Accessibility Initiative (WAI) framework van het W3C en sluiten aan op internationale best practices.

Bovendien zijn de webgerichte eisen in EN 301 549 identiek aan WCAG 2.1 niveau AA. Dat betekent dat alle criteria voor contrast, navigatie, semantiek en andere webaspecten in beide normen precies hetzelfde zijn. Als je website of webapp al voldoet aan WCAG 2.1 AA, heb je dus een solide basis gelegd.

De belangrijkste verschillen in één overzicht

AspectWCAG 2.1 AAEN 301 549
ScopeAlleen webinhoud en webapplicatiesComplete ICT‑stack: web, mobiele apps, PDF’s, kantoordocumenten, hardware, software en kiosken
WetgevingInternationale richtlijn (W3C‑aanbeveling)Geharmoniseerde EU‑norm (verplicht voor overheden en onder EAA)
Aanvullende technische eisenGeen specifieke eisen voor non‑web ICTBevat functionele specificaties voor besturingselementen, documentformaten, multimedia en interfaces buiten de browser
ConformiteitsprocesGeen formeel geharmoniseerd audit‑frameworkBeschrijft methoden voor conformance testing, inclusief testcases voor non‑web en richtlijnen voor toegankelijkheidsverklaringen
Update‑cyclusAfhankelijk van W3C‑planningWordt periodiek herzien door ETSI/CEN/CENELEC (o.a. Mandaat 587 voor EAA‑afstemming)

Voor organisaties die alleen een website beheren, maakt dit verschil weinig uit. Maar zodra je ook interne software, PDF-archieven, kiosken of mobiele apps aanbiedt, kom je met WCAG alleen niet toe.

Praktische consequenties

Je hebt alleen een website of webapp

Prima nieuws: als je al voldoet aan WCAG 2.1 AA, ben je al een heel eind. Je hoeft geen nieuwe webcriteria te leren. Zorg wel dat je documentatie en toegankelijkheidsverklaring op orde zijn volgens EN 301 549 als je onder overheids- of EAA-wetgeving valt.

Je levert ook andere ICT-producten

Dan moet je breder kijken. PDF's, mobiele apps, interne software en kiosken vragen om extra aandacht. EN 301 549 geeft je de criteria en testmethoden om ook deze producten toegankelijk te maken.

Je wilt certificering of aanbestedingen winnen

Steeds meer aanbestedingen en certificeringsprocessen verwijzen naar EN 301 549 in plaats van alleen WCAG. Door de complete norm te implementeren, vergroot je je kansen op opdrachten in de publieke en private sector.

Door EN 301 549 te gebruiken als overkoepelende norm, zorg je dat je zowel web‑ als non‑webtoegankelijkheid op één lijn brengt en dat je kunt aantonen dat je voldoet aan Europese wetgeving.

Conclusie: gebruik EN 301 549 als overkoepelende norm

WCAG 2.1 blijft een uitstekende standaard voor webtoegang, en de overlap met EN 301 549 is groot. Maar als je organisatie een breder ICT-landschap beheert, of als je wettelijk verplicht bent om aan Europese normen te voldoen, dan is EN 301 549 de logische keuze.

Door EN 301 549 als overkoepelende norm te hanteren, breng je web- en non-webtoegang op één lijn. Je kunt eenduidig aantonen dat je voldoet aan Europese wetgeving. En je bouwt aan een inclusieve digitale omgeving die écht voor iedereen toegankelijk is.

Gerelateerde artikelen

  • Toetsenbordval

    Je kent het wel: je speelt een spelletje, bijvoorbeeld Mahjong, je bent zo lekker op dreef en dan toch ineens: GAME OVER. Er was geen combinatie meer over die je kon vrijspelen, dus het enige wat je nog kan doen is het spel herstarten en het nog een keer proberen. Dat is eigenlijk een beetje de situatie die ook kan gebeuren voor mensen die met het toetsenbord een website moeten bedienen die daar niet goed op is ingericht. Om die situatie te voorkomen, is WCAG 2.1.2 Toetsenbordval van groot belang.

    • WCAG
  • Accessibility as a Service: altijd toegankelijk

    Digitale toegankelijkheid is geen project met een einddatum. Het is een doorlopend proces. Met Accessibility as a Service van Cardan regel je dat structureel, voorspelbaar en betaalbaar.

    • Proces & Borging
    • WCAG
    • European Accessibility Act
    • Wet Digitale Overheid
    • Cardan updates